Vragen over oorlog in de laatste fase van je leven
Na bijna zes weken van oorlogsgeweld ging begin april een kwetsbaar staakt-het-vuren in tussen Amerika, Israel en Iran. De hoop is dat de rust zal voortduren, maar intussen houdt iedereen nog steeds de adem in.
De oorlog raakt ons allemaal, en zeker ook de Nederlandse Holocaust-overlevenden, de oudste doelgroep van het Elah Centrum. Hoe werken de gebeurtenissen in ons deel van de wereld door in hun persoonlijke leven, en hoe kunnen wij hen helpen? We vragen het aan onze maatschappelijk werkers, die dagelijks in contact staan met overlevenden.
‘Ik denk dat je de Iranoorlog niet kunt scheiden van 7 oktober 2023’, zegt Carola Dargan, werkzaam in het noorden van het land. ‘Na 7 oktober zijn veel ouderen uit deze regio geёvacueerd of ze vreesden geёvacueerd te worden. Toen is de onrust voor hen al begonnen. Een dikke tweeёnhalf jaar leven ze met angst en onzekerheid, en het einde is nog niet in zicht. Het is moeilijk als je, zoals deze clienten, in de allerlaatste fase van je leven bent beland, je zorgen moet maken om de veiligheid van je nakomelingen en de toekomst van je land, en je moet je afvragen of je op deze manier, temidden van conflict en spanning, je leven zult eindigen.

Marcelle Zion, werkzaam in Jeruzalem, bevestigt dat ouderen vooral bezorgd zijn voor hun (achter)kleinkinderen. Ze hebben de hele dag de radio en tv aan, zitten bovenop het nieuws en zien met heel veel verdriet hoe ingewikkeld het leven is geworden voor de jongere generaties. Alles staat op zijn kop. In het land dat ze zelf hebben opgebouwd, heerst een constante dreiging die veel spanning oproept. Wordt het zo nagelaten aan hun nageslacht? Dat hadden ze niet verwacht.
De recente oorlog heeft oude trauma’s geactiveerd en nieuw zeer heeft opgeroepen. Kinderen, klein- en achterkleinkinderen in het leger lopen gevaar, raken gewond of sneuvelen. Of kinderen vertrekken, tijdelijk of niet, naar het buitenland. Dat zijn voor de overlevenden bijzonder pijnlijke ervaringen.
Carola: ‘De beste verlichting kunnen we brengen door zoveel mogelijk individueel contact te maken. Er gaat niets boven naast iemand zitten, luisteren, samen een kopje koffie drinken en praten. Mens zijn voor een mens. Door de raketaanvallen konden we niet altijd op huisbezoek komen, maar gelukkig is er de telefoon. De afgelopen maanden heb ik heel veel gebeld en ik merk dat onze clienten daar heel blij mee zijn.
‘Een eenduidig antwoord op je vragen heb ik niet’, zegt Iriet Maman. Ze werkt in het centrum van het land, onder andere in het Nederlandse ouderenhuis Beth Juliana. ‘Iedereen reageert anders, en leefomstandigheden spelen ook een rol. In het algemeen denk ik dat ouderen die in ouderenhuizen wonen zich veilig en beschermd voelen, zelfs in Beth Juliana, waar in de vorige Iranoorlog een raket is ingeslagen. Binnen deze ouderenhuizen gaat het leven redelijk onveranderd door. Mensen hebben activiteiten en aanspraak, en ze weten dat de voorraadkast van de instelling goed gevuld is.
‘Tegelijkertijd ligt, net als in coronatijd, eenzaamheid altijd op de loer, vooral bij ouderen die nog zelfstandig wonen. Tijdens de raketaanvallen, maar ook nu nog, denken mensen wel twee keer na voor ze de deur uitgaan. Activiteiten buitenshuis zijn vaak afgelast en kinderen en kleinkinderen kwamen en komen minder snel op bezoek. Intensief huisbezoek is daarom het allerbeste dat we kunnen bieden, en aan nog meer mensen dan voorheen.’
