Binnenkort komt de laatste vermakelijke bundel van Ruth Neter uit, waarin de schrijfster haar fantasie loslaat op hedendaagse verschijnselen, waarin brievenbussen besluiten welke post ze wel of niet doorlaten, nieuwe heiligen worden vereerd, en boze burgers meedoen aan voodoo-workshops.
Ruth, hoe ben je met schrijven begonnen?
Ik heb als kind al veel geschreven. Ik was er goed in en het gaf me plezier. Na mijn alija is er een lange periode geweest dat ik niet schreef: leger, huwelijk en kinderen, werk. Maar op een dag hoorde ik over de schrijfdag en de schrijfgroepen van het Elah Centrum. Daaraan ben ik gaan meedoen. Ook al lag de nadruk in de schrijfgroep meer op de emoties achter de verhalen en niet op de literaire kwaliteit, toch was het voor mij een uitkomst. Opeens kon ik geen uitvluchten meer bedenken maar had ik een stok achter de deur. Ik moest regelmatig teksten inleveren en ontwikkelde de discipline. Nu kan ik het schrijven zelfs niet meer laten.

Wat motiveert je om te schrijven?
In het dagelijkse leven kom ik allerlei leuke, nare of belachelijke gebeurtenissen tegen en ik heb mezelf eraan gewend die in een klein boekje te noteren als ideeen voor verhalen. Soms blijven ze jaren liggen, maar dan opeens is de tijd rijp en ga ik met zo’n idee aan de slag. Als de manager van een ouderenhuis me bijvoorbeeld vertelt, zoals jaren geleden gebeurde, dat hij zonder toestemming van de decoratiecommissie geen spijker in de muur kan slaan en als ik dan uitvind dat niemand weet wie de leden van deze commissie zijn, dan jeuken mijn vingers om er een verhaal over te schrijven. Als ik daarna merk dat Sotheby’s voor miljoenen doeken verkoopt die bestaan uit een kleur en een verticale streep in een andere kleur, dan maak ik een stamppot van al die gegevens, en dat wordt behoorlijk idioot. Ik schrijf omdat ik daarin de baas ben. Ik besluit wat er met wie dan ook gebeurt. Voor iemand die nooit kon doen wat ze zelf wilde of die dat dacht, is dat heel wat.Ik ben de baas in deze poppenkast. Ik schrijf ook omdat mensen zeggen dat ze m’n gekke verhalen met plezier lezen.
Heeft schrijven voor jou therapeutische waarde?
Ja, schrijven is mijn therapie, maar niet in de zin van het verwerken van oud trauma. Ik schrijf dingen van me af waarover ik ongelukkig ben of die me irriteren, en ik schrijf ook over zaken die ik belachelijk of juist heel leuk vind. Ik schrijf omdat ik anders teveel zou huilen. Als het eenmaal op papier staat, voel ik me beter.
Er zit altijd iets autobiografisch in de verhalen, een klein beetje Ruthie, maar dat wordt bewerkt. Het verhaal over voodoo schreef ik nadat ik de jongen die de groentevakken in mijn supermarkt schoonmaakt, in een Harvard sweatshirt had gezien. Dat maakte indruk. Maar de week erna zag ik een hele stapel Harvard sweatshirts op de Sjoek haKarmel in Tel Aviv. Daar moest ik iets mee doen. Ik ben een fan van Terry Pratchett, dus ik heb hem m’n verhaal in gesleept. De verhalen van Enid Blyton irriteren me, dus die komen ook langs.
Wat ergert je?
We leven op het ogenblik in een hele moeilijke, gecompliceerde wereld. Ik heb de laatste jaren veel goede, lieve mensen leren kennen, maar tot mijn grote verbazing en verdriet ook veel egoistische exemplaren die zich alleen maar om zichzelf, hun geld en hun carriere bekommeren. De rest van de wereld kan wat hen betreft stikken. Daar vliegt mijn bloeddruk van omhoog. Mijn motto is dat we elkaar moeten helpen. In een vorig verhalenbundeltje heb ik het verhaal ‘Broom’ over dit thema geschreven. Daar heb ik veel positieve feedback op gekregen. Ik schrijf omdat ik op die manier ook langzaam maar zeker sommige dingen hoop te veranderen. ‘Then pen is mightier than the sword’.
Waarom schrijf je in het Engels?
We zijn in 1954 op alija gekomen en sindsdien is het Nederlands heel erg veranderd. Ik voel me er niet zeker meer in en denk dat mijn taal verouderd is. In het Engels daarentegen voel ik me veel vrijer. Ik heb Engels gestudeerd en lees ontzaggelijk veel Engels. Daar ben ik vroeg mee begonnen. Op weg van het Amsterdams Lyceum naar huis passeerde ik boekhandel Visser. Daar heb ik mijn eerste Engelse boek gekocht, Brave New World van Aldous Huxley. ‘s Avonds in bed moest het licht uit, maar ik heb het met een zaklantaarn onder de dekens gelezen.
Zit er ontwikkeling in jouw schrijven?
Zeer zeker. Ik schrijf waar ik zin in heb, en ik speel en durf veel meer. Vroeger hield ik de realiteit in de gaten, maar nu durf ik allerlei genres uit te proberen, inclusief sciencefiction en fantasie. Gezien de feedback die ik op de eerste twee bundeltjes kreeg, heeft mijn leespubliek dat kennelijk ook. Ondanks of misschien juist om mijn gekke verhalen.
De boeken van Ruth Neter zijn bestelbaar via e-mail: neteruth@hotmail.com
